Havana Siempre
Havana is de enige echte grote stad in Cuba. Toen we met de taxi Havanna naderden, zagen we de skyline van de stad voor ons opdoemen. Dit was een metropool, qua sfeer vergelijkbaar met Parijs en London. Brede boulevards, "druk" verkeer, stoplichten, veel mensen op straat, wolkenkrabbers en overal verval. Het moet begin 1900 zo'n rijke stad zijn geweest, decadent zelfs. De huizen barsten van de zuilen, glas-in-lood ramen, en stucornamenten. Maar van de huizen buiten de wijk Havana Vieja (oud Havana) is alle verf afgebladderd, zijn de smeedwerken balkonnetjes verdwenen, zitten er gaten in het wegdek en is er van veel huizen alleen nog maar de facade over.
Restauraties
In Havana Vieja heeft echter een charismatisch architect zich ten doel gesteld alle oude huizen in het centrum te restaureren. Het geld dat iedere bar, elk restaurant en ieder toeristisch tentje vervolgens opbrengt, gaat naar zijn organisatie. Hij restaureert daar vervolgens weer nieuwe huizen van. Op deze manier betaalt iedere toerist mee aan de wederopbouw van de oude stad. En het resultaat is werkelijk schitterend en volgens ons ongeevenaard. We hebben een hele dag door de wijk gezworven, binnenplaatsje op en af, trappetje omhoog en omlaag, barretje in en uit. En maar fotograferen... Net als al die andere toeristen. Want iets anders zie je in Havana Vieja niet. De gewonen Cubaan die er niet voor zijn werk hoeft te zijn, wordt er waarschijnlijk geweerd door een van de vele politieagenten die er rondloopt. En ze hebben er ook niets te zoeken, want met hun Cubaanse pesos kunnen ze hier niets kopen. Havana Vieja is vooral voor de toerist en voor hen die de toeristen vermaken: muzikanten, barpersoneel, souvenirverkopers en toiletjuffrouwen.
FF bellen
Toerisme een heel belangrijke bron van inkomsten voor de staat. De toerist is hier heilig en er is zelfs een apart geldsysteem voor ontwikkeld. Hoe sterk dit doorwerkt in het dagelijks leven, ondervonden we toen we even wilden bellen naar het vliegveld. Aan de Cubaanse mensen voor ons in de rij vroegen we of het een munttelefoon was, en even maakten we een klein praatje met ze. Ineens stond er een politieagent naast ons die naar het ID van de jongen vroeg. En pas toen ik met klem benadrukte dat ik niet met hem gepraat had, alleen gevraagd of dit de goede rij was, gaf hij hem zijn ID weer terug. Gewonen Cubanen mogen buiten hun werk eigenlijk niet met toeristen praten. De staat is bang dat de toerist wordt lastig gevallen door zgn jineteros (die zich aan toeristen vastklampen en zich vervolgens door hen laten feteren) en daardoor een negatief beeld van Cuba krijgt.
Volveran! (we zullen overwinnen)
Juan is een man van 64 jaar met een grijze baard, slimme bruine ogen en een casa particulare. Wij huurden er een van de drie kamers en bleven iedere keer na het ontbijt uitgebreid met hem praten. Hij vond het heerlijk met ons over politiek en over de situatie in zijn land van gedachten te wisselen en als we hem niet onderbraken kwamen we er nauwelijks weg. Zo vertelde hij onder meer over de vijf huidige helden van de revolutie die we in ieder dorp tegenkwamen op posters en muren. Zij waren als spion geinfiltreerd in het CIA netwerk in Miami dat Fidel ten val wil brengen, en kwamen er achter dat er een aanslag op Castro voorbereid werd. Castro toonde vervolgens in het openbaar aan dat hij gevaar had gelopen, maar dat hij dankzij zijn spionnen op de hoogte was van iedere stap van de imperialistische vijand. Deze spionnen werden hierna door de Amerikanen ontmaskerd en voor 5 tot 25 jaar opgesloten in Amerikaanse gevangenissen. En in Cuba zijn deze mannen nationale helden geworden die dankbaar als propagandamiddel voor de hier altijd voortdurende "revolutie" worden ingezet: Volveran!
